Beste deelnemers,
Allereerst hartelijk dank voor jullie medewerking! Door jullie deelname hebben wij onze onderzoeken kunnen uitvoeren.
Nadat de vragenlijsten waren ingevuld hebben we allemaal onderzoek gedaan rondom het thema ‘omgaan met diabetes type 1’ . Binnen dit onderwerp heeft iedereen voor een eigen onderwerp gekozen. Hieronder kun je per onderwerp lezen wat er uit de onderzoeken is gebleken.
Kwaliteit van leven
Over het onderwerp ‘kwaliteit van leven’ zijn drie onderzoeken gedaan, met allemaal een andere insteek. Hier vind je de onderzoeksresultaten van alle onderzoeken onder elkaar.
Het eerst onderzoek focuste op zelfvertrouwen om doelen te halen en doelaanpassing op kwaliteit van leven. Zelfvertrouwen om doelen te halen (‘goal self efficacy’) kun je zien als het vertrouwen dat je hebt of je een bepaald doel gaat halen. Doelaanpassing betekent dat je je doelen aanpast, omdat deze niet meer haalbaar zijn door bijvoorbeeld een ziekte. Doelaanpassing bestaat uit het loslaten van doelen, als ze niet meer te bereiken zijn en uit het aangaan van nieuwe, wel bereikbare doelen.
Het tweede begrip uit dit onderzoek, kwaliteit van leven beschrijft hoe ‘leuk’ adolescenten hun leven vinden. Kwaliteit van leven bestaat uit een aantal concepten, namelijk gezondheidsbeleving (hoe vind ik mijn gezondheid, is hij goed, is hij niet goed?); rolbeperkingen: emotioneel probleem (heb ik door mijn ziekte bepaalde emotionele problemen, veroorzaken deze problemen weer andere problemen?); sociaal functioneren (hoe beïnvloedt de ziekte mijn sociale leven?); mentale gezondheid (heb ik last van psychische klachten?); en vitaliteit (voel ik me vitaal, zit ik lekker in mijn vel?).
Het tweede begrip uit dit onderzoek, kwaliteit van leven beschrijft hoe ‘leuk’ adolescenten hun leven vinden. Kwaliteit van leven bestaat uit een aantal concepten, namelijk gezondheidsbeleving (hoe vind ik mijn gezondheid, is hij goed, is hij niet goed?); rolbeperkingen: emotioneel probleem (heb ik door mijn ziekte bepaalde emotionele problemen, veroorzaken deze problemen weer andere problemen?); sociaal functioneren (hoe beïnvloedt de ziekte mijn sociale leven?); mentale gezondheid (heb ik last van psychische klachten?); en vitaliteit (voel ik me vitaal, zit ik lekker in mijn vel?).
Uit het onderzoek bleek dat zelfvertrouwen om doelen te halen, doelaanpassing en kwaliteit van leven allemaal goed met elkaar samenhangen. Daarbij kwam er ook uit dat vooral zelfvertrouwen om doelen te halen een goede voorspeller is voor de gezondheidsbeleving. Dit wil zeggen dat als je een beter zelfvertrouwen hebt om bepaalde doelen te bereiken, je dus ook een betere gezondheidsbeleving hebt. Interventies zouden zich dus in de toekomst ook kunnen richten op het zelfvertrouwen om bepaalde doelen te halen en doelaanpassing om zo de kwaliteit van leven van adolescenten te verbeteren.
In het tweede onderzoek naar kwaliteit van leven werd gekeken naar de verschillende manieren van omgaan met diabetes type I, zelfvertrouwen en kwaliteit van leven. Hier kwamen drie concepten duidelijk naar voren. Het blijkt dat in de adolescentenpopulatie vooral jezelf de schuld geven en het denken aan blije en plezierige dingen in plaats van aan het hebben van diabetes, steeds terugkerende manieren van omgaan met diabetes zijn in relatie tot kwaliteit van leven. Verder kwam naar voren dat zelfvertrouwen heel duidelijk een positieve relatie heeft met kwaliteit van leven. Met andere woorden, hoe hoger de score op zelfvertrouwen, hoe hoger de aan gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven. Tenslotte, als de manieren van omgaan met diabetes type I en zelfvertrouwen samen werden vergeleken met kwaliteit van leven, werd geconcludeerd dat wederom zelfvertrouwen en jezelf de schuld geven veel invloed hebben op kwaliteit van leven. Zelfvertrouwen bleek wederom een positieve relatie met kwaliteit van leven te hebben, waar jezelf de schuld geven een negatieve relatie liet zien; wat wil zeggen dat hoe meer iemand zichzelf de schuld geeft, hoe lager de kwaliteit van leven is.
In het laatste onderzoek naar diabetes en kwaliteit van leven is er gekeken naar de samenhang tussen cognitieve copingstrategieën (de verschillende manieren waarop mensen over hun diabetes denken) en kwaliteit van leven (hoe leuk ze hun eigen leven vinden). Hieruit bleek dat mensen die zichzelf de schuld geven van hun diabetes duidelijk een lagere kwaliteit van leven hadden. Ook piekeren en catastroferen (uitvergroten van de problemen) bleken een negatieve invloed te hebben. Concentreren op leukere dingen bleek daarentegen juist samen te hangen met een hogere kwaliteit van leven. Na deze hoofdvraag is ook nog gekeken naar de invloed van behandelmethode en leeftijd bij diagnose. Bij het vergelijken van mensen die insuline spuiten en mensen die de insulinepomp gebruiken, kwam vooral naar voren dat voor mensen die spuiten cognitieve copingstrategieën veel belangrijker zijn. Hun kwaliteit van leven hangt dus veel meer af van de manier waarop ze over hun diabetes denken dan bij mensen die de insulinepomp gebruiken. Waarschijnlijk is dit het geval omdat bij mensen die spuiten de diabetes veel meer zichtbaar is en zij zo vaker geconfronteerd worden met hun ziekte. De leeftijd die iemand heeft bij de diagnose van diabetes bleek ook van invloed. Bij adolescenten die de diagnose vóór hun 12e levensjaar kregen, zorgde vooral piekeren voor een lagere kwaliteit van leven. Terwijl voor de mensen die de diagnose ná hun 12e levensjaar kregen vooral accepteren van belang bleek. Doelen
Het kan voorkomen dat adolescenten door hun diabetes type 1 niet de dingen kunnen doen in hun leven die ze zouden willen doen, ze kunnen niet de doelen behalen die ze willen behalen. Zij ervaren dan doelfrustratie. Om deze frustratie te verminderen kunnen ze twee dingen doen. Ze kunnen de onhaalbare doelen proberen los te laten, of ze kunnen gaan zoeken naar andere, wel haalbare, doelen.
In dit onderzoek werd gekeken of het toepassen van één van deze 2 manieren (loslaten of nieuwe doelen zoeken) misschien samen zou hangen met minder depressie. Dus: ben je minder depressief wanneer je je onhaalbare doelen loslaat of nieuwe doelen zoekt? Ook werd er gekeken of die depressie nog minder wordt, wanneer je zelf het gevoel hebt dat je je doelen wel aan kunt passen (dus: of je er zelf vertrouwen in hebt dat je dit kan).
Uit dit onderzoek blijken een paar dingen:
Ten eerste is gebleken dat wanneer een adolescente diabetespatiënt er vertrouwen in heeft dat hij zijn doelen aan kan passen, er een grotere kans is dat hij dat ook daadwerkelijk kan, dan wanneer hij daar geen vertrouwen in heeft.
Ook lijkt het erop dat, wanneer een adolescente diabetespatiënt nieuwe doelen zoekt, of zijn oude doelen loslaat, hij minder kans heeft op depressie. Het ‘nieuwe doelen zoeken’ lijkt hier wel beter bij te werken dan het ‘oude doelen loslaten’.
Tenslotte is er ook een directe relatie aangetoond tussen het vertrouwen dat je je doelen aan kunt passen en depressie. Wanneer een adolescente diabetespatiënt dit vertrouwen heeft, is hij vaak minder depressief dan wanneer hij dit vertrouwen niet heeft.
Coping en Stress
Naast de gebruikelijk stress die adolescenten ervaren, hebben adolescenten die lijden aan diabetes te kampen met extra stress factoren zoals ziekte management en behandelingsgerelateerde stress. Iedereen reageert op een andere manier op stressvolle situaties. Deze manier van omgaan wordt ook wel coping genoemd. In de huidige wetenschap worden 9 verschillende copingstrategieën onderscheiden: jezelf de schuld geven, andere de schuld geven, acceptatie, plannen, piekeren, positieve heroriëntatie (aan plezierige situaties denken i.p.v. aan de huidige vervelende situatie), in perspectief plaatsen, positieve herwaardering (een positieve betekenis geven aan de vervelende situatie, bijvoorbeeld in termen van persoonlijke groei) en catastroferen. Deze coping strategieën blijken echter niet allemaal even effectief te zijn in het verminderen van stress. Het doel van het huidige onderzoek was onderzoeken welke invloed verschillende copingstrategieën hebben op het ervaren van diabetes gerelateerde stress. De Totale stress werd hierbij onderverdeeld in Voedsel- , Sociale steun-, behandelings- en Diabetes gerelateerde stress.
Uit het onderzoek bleek dat zelfschuld de grootste invloed had op drie van de vijf stressdimensies, zijnde Voedsel- en Behandeling gerelateerde stress en de Totaal ervaren stress. Dit betekent dat wanneer iemand consequent zichzelf de schuld geeft voor de situatie waar hij/zij inzit, hij/zij meer algemene stress ervaart en meer stress m.b.t. eten en de ontvangen behandeling. Deze bevindingen doen vermoeden dat met name een focus op het voorkomen van zelfschuld in de preventie van stress bij adolescenten met diabetes type 1 uiterst effectief kan zijn.
Zelfschuld bleek echter niet de voornaamste voorspeller in alle gevallen. Sociale steun gerelateerde stress werd het beste voorspeld door een piekerende coping strategie. En catastroferen bleek de beste voorspeller te zijn van Diabetes gerelateerde stress.
Omdat het huidige onderzoek een momentopname was, kan geen definitieve uitspraak gedaan worden over de richting van de relatie tussen coping en stress. Eerdere onderzoeken doen echter wel sterk vermoeden dat coping de mate van ervaren stress beïnvloed en niet andersom.
Wanneer longitudinaal onderzoek (onderzoek met verschillende testmomenten over de tijd heen) dezelfde relaties aantoont, is het adviseerbaar dat hulpverleners zich in de preventie van stress (op de verschillende dimensies) richten op deze specifieke copingstrategieën.
Uit het onderzoek bleek dat zelfschuld de grootste invloed had op drie van de vijf stressdimensies, zijnde Voedsel- en Behandeling gerelateerde stress en de Totaal ervaren stress. Dit betekent dat wanneer iemand consequent zichzelf de schuld geeft voor de situatie waar hij/zij inzit, hij/zij meer algemene stress ervaart en meer stress m.b.t. eten en de ontvangen behandeling. Deze bevindingen doen vermoeden dat met name een focus op het voorkomen van zelfschuld in de preventie van stress bij adolescenten met diabetes type 1 uiterst effectief kan zijn.
Zelfschuld bleek echter niet de voornaamste voorspeller in alle gevallen. Sociale steun gerelateerde stress werd het beste voorspeld door een piekerende coping strategie. En catastroferen bleek de beste voorspeller te zijn van Diabetes gerelateerde stress.
Omdat het huidige onderzoek een momentopname was, kan geen definitieve uitspraak gedaan worden over de richting van de relatie tussen coping en stress. Eerdere onderzoeken doen echter wel sterk vermoeden dat coping de mate van ervaren stress beïnvloed en niet andersom.
Wanneer longitudinaal onderzoek (onderzoek met verschillende testmomenten over de tijd heen) dezelfde relaties aantoont, is het adviseerbaar dat hulpverleners zich in de preventie van stress (op de verschillende dimensies) richten op deze specifieke copingstrategieën.
Depressie en Angst
In dit onderzoek is gekeken naar het verband tussen copingstrategieën (de manier waarop mensen met hun ziekte omgaan) en angst- en depressiesymptomen bij adolescenten met diabetes type 1. Hieruit bleek dat wanneer de strategieën ‘jezelf de schuld geven’, ‘rumineren’ en ‘catastroferen’ vaker worden toegepast de kans op angst en depressie symptomen groter is. Het vaker toepassen van ‘concentreren op leuke dingen’ (positieve heroriëntatie) leidt daarentegen tot minder angst- en depressiesymptomen.
Ook is er uit het onderzoek gebleken dat er geen duidelijke verschillen zijn tussen jongens en meisjes en de invloed van copingstrategieën op angst- en depressiesymptomen. Wel blijkt dat bij gebruikers van een insulinepen, in vergelijking met een insulinepomp, het toepassen van copingstrategieën veel belangrijker is. Met andere woorden: de manier waarop gebruikers van een pomp met hun ziekte omgaan is van grotere invloed op het ontstaan van angst en depressie dan bij gebruikers van een insulinepomp. Naar de oorzaak voor deze resultaten zal verder onderzoek moeten worden gedaan.
Gedragsproblemen
Dit onderzoek ging over de relatie tussen omgang met moeilijkheden, zelfvertrouwen en gedragsproblemen.
De resultaten in dit onderzoek lieten zien dat als jongeren middelen (drugs, alcohol ed.) gebruiken om met moeilijkheden om te gaan, ze meer regelovertredend gedrag vertonen.
Als een relatie in een onderzoek niet helemaal sterk genoeg is doordat de onderzoeksgroep niet genoeg mensen telt, spreekt men van een trend. In dit onderzoek bleek er een trend te bestaan tussen het gebruik van middelen (drugs, alcohol ed.) en algemene gedragsproblemen (meer middelengebruik zou meer gedragsproblemen tot gevolg hebben), tussen weglopen/vermijden van moeilijkheden en agressie (meer weglopen/vermijden van moeilijkheden zou meer agressie tot gevolg hebben), en tussen weglopen/vermijden van moeilijkheden en algemene gedragsproblemen (meer weglopen/vermijden van moeilijkheden zou meer gedragsproblemen tot gevolg hebben).
Glycemische controle
In dit onderzoek is gekeken naar verschillende vormen van stress en de invloed daarvan op de stabiliteit van glucose in het bloed. Uit de resultaten bleek dat in specifiek hoge mate van diabetes-gerelateerde stress in verband staat met een slechte stabiliteit van glucose in het bloed. Andere vormen van stress, zoals stressreactiviteit (hoe gevoelig ben je voor stress) en de hoeveelheid meegemaakte negatieve levensgebeurtenissen, hadden geen relatie met stabiliteit van glucose in het bloed. Deze resultaten suggereren dat stressmanagement, en in het bijzonder diabetes-gerelateerde stressmanagement, een effectieve manier zou kunnen zijn om de stabiliteit van glucose in het bloed te behouden.
Wat wordt er nou precies met de bovenstaande onderzoeksresultaten gedaan? Op basis van een enkel onderzoek kan men niet zomaar conclusies trekken. Daarbij waren er in totaal niet genoeg deelnemers om te kunnen spreken van resultaten die voor iedereen met diabetes type 1 opgaan. Er zal dus vervolgonderzoek moeten plaatsvinden om te kijken of deze resultaten terug blijven komen.
Mochten toekomstige onderzoeken onze resultaten bevestigen dan worden artsen, psychologen en andere behandelaren hiervan op de hoogte gesteld. Zij kunnen hun trainingsprogramma’s en behandelmethodes dan dusdanig aanpassen dat adolescenten met diabetes type 1 zo goed mogelijk geholpen kunnen worden!
Mocht je nog vragen hebben over de onderzoeken dan kan je altijd mailen naar diabetesonderzoekleiden@gmail.com. We zullen proberen je vraag zo snel en zo goed mogelijk te beantwoorden!
Nogmaals hartelijk dank voor jullie medewerking!
Anke Edink
Doshima Mout
Eveline Luttikhuis
Hannah Bakels
Femke Bijen
Martine van Kuijk
Michelle Bertelkamp
Rebekka te Marvelde
o.l.v. Dr. V. Kraaij